Chronische pijn

Wanneer pijn klachten langer dan 3 à 6 maanden aanhoudt spreekt men van chronische pijn. Deze klachten kunnen een grote beperkende impact hebben op iemands fysiek, sociaal, psychologische en maatschappelijk functioneren. Er zijn zeer veel beschreven pijn syndromen (zie classificatie van International Association for the Study of Pain, IASP).

De psychologische behandeling van chronische pijn is in de regel gericht op het leren omgaan met de pijnklachten zodoende dat de client weer actief kan participeren op fysiek, psychosociaal en maatschappelijk vlak. Eventueel richt men de behandeling ook op arbeidsreïntegratie.

Standaardbehandelingen zoals graduele blootstelling (GE), graded activiteit (GA) en cognitieve gedragstherapie (CBT) richten zich op de maladaptieve coping gedragingen en de impact ervan op het fysiek en psychosociaal welzijn van de cliënten. De interventies zijn erop gericht om bijvoorbeeld factoren zoals (bewegings)angst, depressie, catastroferen, pijncontingent vermijdingsgedrag, etc. te remediëren om zodoende cliënten te reactiveren en hun functioneren te vergroten.

Hoewel een (multidisciplinaire) behandeling voor veel cliënten succesvol is, valt een deel van hen na verloop van tijd ook terug in hun oude coping-stijl. Verder zijn er cliënten die in de beginfase van de behandeling weerstand vertonen en vastlopen in het behandelproces. Ze kunnen tonen weinig bereidheid tot verandering en/of vinden het zeer moeilijk om de verworven of aangeboden inzichten om te zetten naar concrete en blijvende gedragsverandering.

Het bestaande behandelaanbod is ontoereikend voor deze cliënten en vraagt om een andere en meer diepgaandere therapeutische aanpak. D.w.z. er dient een duidelijkere analyse te worden gemaakt van de factoren/variabelen die bij deze mensen een belangrijke rol spelen in het in standhouden van hun maladaptief gedrag. Deze factoren zijn met name terug te vinden in de historische context van de cliënt. Met name emotioneel ingrijpende levensgebeurtenissen en bijhorend maladaptief gedragsrepertoire (gedrag in functie van hun persoonlijk levensverhaal) die de functie(s) van het pijn gedrag (i.e. de coping-stijl) bepalen in de huidige context van de cliënt met een chronische pijnaandoening. M.a.w. hoe ingrijpende levensgebeurtenissen en aangeleerde coping-stijl een belangrijke rol spelen in welke betekenis pijn verkrijgt in de levensloop van de cliënt en impact heeft op diens huidige manier van omgaan met de pijn. Veelal hebben deze cliënten verschillende traumata in hun geschiedenis, een grotere psychologisch en/of lichamelijke comorbiditeit en persoonlijkheidsproblemen.

De behandeling van mensen met chronische pijn (met name mensen met een comorbiditeit van lichamelijke en psychische klachten) hebben nood aan een sterk ervaringsgerichte therapie. Proces-gerichte ACT (Acceptance & Commitment Therapy) biedt de client de mogelijkheid om werkelijk stil te staan bij de ervaring van vastgelopen te zijn in het leven.

  • Men komt in contact met de ‘emotionele pijn’ die hiermee gepaard gaat. Men verwerft inzicht in de strategieën in hoe men tracht hier vat op probeert te krijgen, alsook de gevolgen op korte en lange termijn.
  • Men krijgt zicht op de leergeschiedenis van deze strategieën en wat men gemist heeft in de eigen ontwikkeling.
  • Men leert een nieuw perspectief aannemen:
    • in relatie tot zichzelf: Hoe wil ik omgaan met mijn eigen gedachten , gevoelens en sensaties; Wie wil ik zijn in mijn leven met een chronische pijn aandoening.
    • in relatie tot anderen: Hoe wil ik mer verhouden tot anderen; Wie wil ik zijn in relatie tot anderen.
  • Men leert terug de eigen regie terug op te pakken en te investeren in een waardevol en betekenisvol leven.